Nieuwsbrief 5

                                                             maandag 4 februari 2019

NVOG en KNVG kritisch over 10-puntenplan minister Koolmees.

Als reactie op de brief van minister Koolmees aan de Tweede Kamer van afgelopen vrijdag, waarin hij aangeeft dat hij nu zelf door gaat met het aanpassen van het pensioenstelsel, hebben KNVG en NVOG gisteren een persbericht uitgegeven.

Volgens beide koepels worden in het door de minister opgestelde 10-puntenplan wegens het ontbreken van een breed draagvlak (ouderen- en jongerenorganisaties worden niet in het overleg worden betrokken) geen prioriteiten gesteld die nodig zijn om tot een voor alle betrokken partijen rechtvaardig vernieuwd pensioenstelsel te komen.

Het persbericht is ook gestuurd aan de ministeries van SZW en van Financiën, de Pensioen Federatie, SER, DNB, FNV en CNV.

 

                                                    Nieuwsbrief 4 

                                                       vrijdag 1 februari 2019

 

Bericht van de Rijksoverheid: Kabinet werkt verder aan nieuw pensioenstelsel

Hervorming van het pensioenstelsel is noodzakelijk. Daarom wordt de komende maanden verder gewerkt aan een nieuw pensioenstelsel. Dat moet robuuster en persoonlijker zijn en ook beter passen bij de moderne arbeidsmarkt.  Om geen tijd te verliezen gaat minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid alvast aan de slag om noodzakelijke aanpassingen te doen. Hij staat daarbij open voor suggesties van bonden, werkgevers, pensioenuitvoerders en toezichthouders.

 

 

Nieuwsbrief 2

vrijdag 18 januari 2019

 

"Zorgpact" wordt actieprogramma "Werken in de zorg".

In 2015 werd in het kader van het advies over Zorg in 2030 het ZORGPACT (niet te verwarren met het Pact voor de ouderenzorg!) opgericht om Regionaal en Nationaal het onderwijs voor zorgmedewerkers te hervormen. Doekle Terpstra nam hierover de leiding op zich.

Thans kan worden gezegd dat de verschillende programma’s hierover hebben geleid tot regionale samenwerkingen van zorgopleidingen en zorguitvoerders en er sprake is van een cultuuromslag in zorg en welzijn. Er is grote steun voor meer samen investeren in opleidingen van huidige en toekomstige zorg professionals.

Het werk om dit verder voor elkaar te krijgen wordt nu voortgezet in een actieprogramma: Werken in de Zorg wat onlangs werd geïntroduceerd. Dat richt zich niet alleen op het doel meer mensen (jongeren en herintreders!) te laten kiezen voor een opleiding en baan in de zorg op diverse niveaus, maar ook het voor samenwerking tussen de opleidingen en de praktijk in de zorg. Doekle Terpstra heeft ook de leiding van dit programma op zich genomen.

Uiteraard is dit een goede zaak voor ons senioren want wij willen ook goede zorg krijgen door goed opgeleide zorgmedewerkers als wij dit nodig hebben.  

 

Betalen met contant geld moet mogelijk blijven.

Dinsdag 15 januari heeft in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over het gebruik van contant geld in de samenleving. Voorafgaand aan de vergadering stuurde de Consumentenbond een mail naar de sprekers op het debat waarin nog eens duidelijk gesteld werd dat consumenten altijd moeten kunnen kiezen op welke manier zij betalen. De seniorenorganisaties, waaronder NVOG, KBO-PCOB en NOOM staan volledig achter de inhoud van dat bericht. (zie ook het standpunt MOB over contant geld).

Onze vertegenwoordiger in het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer de heer Cees van Tiggelen stuurde ter ondersteuning van de inhoud van bovengenoemde mail een aanvullende opmerking aan de Kamerleden waarin hij erop wees dat voor wat betreft de in de mail genoemde passage over bepaalde apotheken die van plan zijn geen contant geld meer te accepteren, dit met name (bepaalde groepen) ouderen zou treffen. Ouderen gebruiken naar verhouding de meeste medicijnen en vaak moet er worden bijbetaald. Veel van deze ouderen betalen liever contant. De seniorenorganisaties vinden dat de mogelijkheid om cash te betalen moet blijven. 

Tijdens het debat werd een vijftal moties ingediend. Daarover zal aanstaande dinsdag in de Kamer worden gestemd.

 

Nieuwsbrief 1

vrijdag 11 januari 2019

 

Ontwikkelingen in ziekenhuizen.

Het is weer wat stil geworden met betrekking tot het faillissement van het Slotervaart-ziekenhuis en de ziekenhuizen in en rond Lelystad. Het faillissement van het Slotervaart ziekenhuis is definitief en blijft gesloten. Het is jammer voor de patiënten die in de omgeving wonen maar er is genoeg ziekenhuiscapaciteit in Amsterdam om dit over te nemen. Het ziekenhuis in Lelystad krijgt een doorstart onder leiding van het ziekenhuis in Harderwijk maar het zal wel beperkt blijven tot de nodige zorg. Destijds was het ziekenhuis in Lelystad gebouwd met het oog op en bevolking van 250.000 personen, maar het is tot 150.000 beperkt gebleven en dat geeft kostenproblemen!

Ook in Tilburg-Waalwijk gaat er iets bijzonders gebeuren. 20 jaar geleden waren er 3 zelfstandige ziekenhuizen maar deze zijn in de loop van jaren gefuseerd tot één ziekenhuisorganisatie. Nu gaat Waalwijk dicht en de bedden voor meerdaagse verpleegopnames worden geconcentreerd in één van de ziekenhuizen. In dat ziekenhuis wordt ook de eerste hulp geconcentreerd. Dit is het gevolg van het feit dat het aantal meerdaagse opnames steeds minder wordt en zo ook de opnametijd. Daarnaast is ook de beschikbaarheid van verpleegsters in de eerste hulp een probleem. Deze ontwikkeling wordt over meerdere jaren gespreid. Wij verwachtten dat er meer van dit soort veranderingen in ziekenhuizen zich zullen voordoen. De zorg moet wel toegankelijk, maar ook betaalbaar blijven. 

 

Huisartsenzorg stevent op grote tekorten af.

De minister van medische zorg, Bruno Bruins, heeft een onderzoek laten instellen over de ontwikkeling van de vraag naar huisartsenzorg in de komende jaren. Deze gaat zowel door de steeds hogere vraag als gevolg van de vergrijzing in Nederland als wel door de verschuiving van specialistische zorg in ziekenhuizen naar zorg door de huisartsen, enorm toenemen. In veel gebieden in Nederland gaan tekorten ontstaan en dat vraagt om maatregelen op korte termijn. De minister gaat nu met zowel de Landelijke Huisartsen-vereniging als met de betrokken universiteiten in gesprek om te bezien hoe concreet uitvoering kan worden gegeven aan de aanbevelingen die in het onderzoek zijn gedaan. Dat staat in een brief die de minister hierover op 20 december aan de Tweede Kamer heeft gezonden.

Het is een probleem dat minder huisartsen afstuderen aan de universiteiten dan medisch specialisten en dat veel meer vrouwen dan mannen kiezen voor het vak van huisarts. Daarbij komt nog dat het houden van een praktijk door startende huisartsen als niet aantrekkelijk wordt beschouwd. Veel huisartsen in kleine kernen in een eenmanspraktijk kunnen moeilijk een opvolger vinden. Groepspraktijken van huisartsen die gezamenlijk ook assistenten en zorgondersteuners kunnen hebben, zijn normaal geworden. En daarbij komt nog dat vrouwelijke huisartsen, zeker als ze kinderen hebben, graag een gedeeltelijke dagtaak of weektaak willen hebben, waardoor de druk op verhoging van het aantal huisartsen toeneemt, zelfs als de vraag niet zou toenemen.  De werkdruk van huisartsen neemt toe en dat gaat ten koste van een goed gesprek en een goede diagnose.

Wij blijven dit volgen en wensen de minister succes met zijn activiteiten om voor dit probleem een oplossing te vinden. Maar wij denken wel dat dit geld gaat kosten wat door de zorgverzekerden moet worden opgebracht.

Nieuwsbrief 53 

zaterdag 22 december 2018

 

Evaluatie Debatmanifestatie Pensioenen

Afgelopen maandag kwam de werkgroep debatmanifestatie bij elkaar voor een terugblik op de 19 november georganiseerde bijeenkomst in de Utrechtse Jaarbeurs. De algemene indruk was dat we met deze actie hebben aangetoond goed te kunnen samenwerken. Qua organisatie is het evenement goed verlopen en hebben we ons als samenwerkende seniorenorganisaties duidelijk op de kaart gezet. Hopelijk heeft nu ook de politiek begrepen dat op het terrein van pensioenen beter naar de ouderen moet worden geluisterd. De kosten van de manifestatie zijn ruimschoots binnen het gestelde budget gebleven en zullen naar rato worden verdeeld over de vijf organisaties die voor de manifestatie een bedrag ter beschikking hebben gesteld. Dat zijn KNVG, NVOG, FNV Senioren, CNV Senioren en KBO-PCOB.

Vervolgens werden een aantal organisatorische punten en het inhoudelijk deel van de middag geëvalueerd. De leden van de werkgroep waren unaniem van mening dat, wanneer bij een volgend te organiseren gebeuren weer een panel wordt ingezet, daar een andere invulling aan moet worden gegeven. De panelleden hadden zelf hun stelling geformuleerd waardoor de discussie niet helemaal paste in de sfeer van de debat-manifestatie. Minister Koolmees was maar kort aanwezig. Lang genoeg om de standpunten en wensen van gezamenlijke organisaties aan te horen, maar te kort om een relevante discussie aan te gaan met de mensen in de zaal. De schriftelijke vragen van de aanwezigen zijn aan de panelleden en de minister doorgestuurd. 

Het is jammer dat de voor dinsdagavond 27 november geplande "bijpraatsessie" in Nieuwspoort (als follow-up van de Debatmanifestatie) niet kon doorgaan omdat diezelfde avond in de Tweede Kamer het debat plaatsvond over het mislukken van het pensioenoverleg. Een debat wat overigens kwalitatief behoorlijk te wensen overliet. Toch kon een aantal vertegenwoordigers van de seniorenorganisaties die het debat bijwoonden, in de wandelgangen nog even contact maken met een paar Kamerleden om een aantal gezichtspunten over te brengen.

Minister Koolmees heeft gezegd dat hij over pensioenen wil blijven praten met oud en jong. De vraag is echter wat hij met die “discussie” doet. Blijft het bij alleen luisteren of gaat hij daadwerkelijk iets doen met de aangereikte suggesties? Het feit dat werkgevers en vakbonden niet willen dat de gepensioneerden meepraten en dat de SER gepensioneerden liever niet ziet aanschuiven in de commissies, maakt de dialoog er ook niet eenvoudiger op.

Wat kunnen wij als seniorenorganisaties doen om onze betekenis bij de politiek verder te versterken en uit te bouwen? Wij gaan in elk geval door met het op een discrete wijze beïnvloeden van onze netwerken. En wij willen een vervolg geven aan de debat-manifestatie om in Den Haag de druk op de ketel te houden. Daarom gaat de werkgroep, ook met het oog op de aanstaande verkiezingen voor de Provinciale Staten van maart 2019, in februari een volgende actie organiseren. Zij komt daarvoor medio januari weer bijeen om de inhoud van een nieuwe campagne te bespreken. Zodra daarover meer bekend is, zullen wij u berichten.

 

Nieuwsbrief 52

vrijdag 14 december 2018

Nibud rapport over ontwikkeling van de koopkracht in de periode 2010- 2019

In nieuwsbrief 45 hebben wij dit koopkrachtrapport genoemd en een aantal cijfers uit het rapport overgenomen. Hierop heeft Henk Hemmers (een voormalig lid van de Commissie Koopkracht) als commentaar geleverd dat deze cijfers niet kloppen, althans voor wat betreft de werkenden. Dat heeft hij ook aan het Nibud kenbaar gemaakt.

Nu blijkt dat zeer recent het Nibud het rapport heeft aangepast, met als effect dat de koopkracht van werkenden in nagenoeg alle gevallen blijkt te zijn gestegen in de periode 2010 – 2019 (en dus niet gedaald zoals in het eerdere rapport stond).

Dat betekent ook, dat de verschillen met gepensioneerden dus veel groter zijn dan op grond van het oorspronkelijk rapport het geval leek.
In het rapport zelf wordt de aanpassing nader toegelicht.

Cijfervoorbeelden (statische koopkracht), na aanpassing v.w.b. werkenden (d.d. 10-12-2018):

GEPENSIONEERDEN                  Alleenstaande           Paar   

—  Alleen AOW                               +4,4%                   +2,3%

—  AOW + 10.000                         -3,4%                    -4,7%

—  AOW + 20.000                         -6,8%                   -8,5%

—  AOW + 30.000                        -11,2%                  -8,3%

—  AOW + 30.000  + 10.000        ----                    -7,7%

 

WERKENDEN                              Alleenstaande           Paar   

—  Minimumloon                           +10,9%                 +5,8%

—  1 x modaal                                +7,4%                    +4,3%

—  2 x modaal                               -1,9%                    -1.3%

—  1 x min.loon +1 x min.loon      ----                      +5,9%

—  1 x modaal + 1 x modaal         ----                      +6,4%

—  2 x modaal + 1 x modaal         ----                     +1,2%

N.B. Zoals ook aangegeven in het rapport zijn bovenstaande cijfers gebaseerd op gemiddelden en aannames/schattingen van Nibud zelf,  met name v.w.b. 2019.

Nieuwsbrief 51

vrijdag 7 december 2018

Wijkverpleging bant minutenregistratie.

Enige tijd geleden heeft de minister van VWS Hugo de Jonge gezegd dat onnodige administratieve handelingen in de zorg moeten verdwijnen en dat de zorg daarin het initiatief moet nemen. Dat kan tot een enorme lastenverlichting leiden, waardoor er meer “handen aan het bed’ beschikbaar komen. Hij heeft nu zelf een ingrijpend initiatief genomen. De minister heeft afspraken gemaakt met de vereniging van wijkverpleegkundigen, de zorgaanbieders, de zorgverzekeraars accountants en de Nederlandse Zorg Autoriteit om in 2019 af te komen van de minutenregistratie in de wijkverpleging. Er moet door deze organisaties een andere manier komen van registeren van de zorg die is verleend. Deze zgn. 5 minuten registratie leidt tot veel onnodige administratie en zorgt al jaren voor onvrede bij wijkverpleegkundigen.

 Minister de Jonge: “In plaats van zorg professionals eindeloos te controleren, moeten wij ze juist vertrouwen geven. En minder tijd die opgaat aan papier, is meer tijd in de zorg”.

En dat is zogezegd een waarheid als een koe!

Volgens de jaarlijkse zorgthermometer van Vertis ontvingen in 2017 550.000 mensen thuis wijkverpleging, vooral ouderen. Dit kostte de samenleving in totaal € 2.850 miljoen, betaald uit de premies zorgverzekering!

 

Nationaal Preventieakkoord

 

Een eerste stap om Nederland gezonder te maken

 

Recent is na een lange periode van onderhandelen het Nationaal Preventieakkoord gepresenteerd. Een akkoord dat is gericht op iedere Nederlander, jong en oud.

 

Het Nationaal Preventieakkoord bevat afspraken over de aanpak van roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Het akkoord is ondertekend, soms op deelgebieden, door onder andere maatschappelijke organisaties, patiëntenorganisaties, gemeenten, zorgverzekeraars, sportbonden en bedrijven. In totaal hebben 70 organisaties hun handtekening gezet en hun medewerking toegezegd bij het gezonder maken van de Nederlandse bevolking.

 

De doelen en maatregelen

 

1.    Roken:

 

-          het streven is om het percentage rokers, volwassenen en jongeren, fors terug te dringen. Van zo’n 23% van de volwassenen nu, naar minder dan 20% in 2020 tot minder dan 5% in 2040.

 

-          Dat gebeurt door de accijns te verhogen, de tabakswaren uit het zicht te leggen en veel plekken waar kinderen komen, rookvrij te maken.

 

2.    Overgewicht

 

-          In 2040 zijn er 10% minder volwassenen met overgewicht. Blijft overigens altijd nog zo’n 38% over die wel overgewicht heeft.

 

-          Te bereiken door veel aandacht te schenken voor bewegen en gezond eten. Ook een verbod op suikerhoudende frisdranken op scholen en een gezond aanbod in bedrijfsrestaurants en bijvoorbeeld ziekenhuizen moet een bijdrage leveren.

 

3.    Alcohol

 

-          Nu drinkt zo’n 9% van de volwassenen teveel. Dat moet in 2040 5% of minder zijn.

 

-          Specifiek voor de 55+ leeftijdscategorie geldt dat er met het stijgen van de leeftijd steeds meer alcohol wordt gedronken. Uit onderzoek van KBO-PCOB blijkt dat 75% van de 55 plussers dagelijks alcohol drinkt en zich vaak niet bewust is van de nadelige gevolgen.

 

-          Het doel moet onder andere worden bereikt door voorlichtingscampagnes en een rem op het stunten met alcoholprijzen.

 

Uit de reacties op het Nationaal Preventieakkoord blijkt, dat de ambities torenhoog zijn. Bij sommige ambities worden vraagtekens gezet bij de haalbaarheid. De hoge ambities vragen om “strengere” maatregelen. Van de andere kant is wordt de vraag gesteld hoever de bemoeizucht van de overheid mag gaan.

 

Het akkoord is een start op weg naar het je meer bewust worden van wat een gezonde leefstijl met je kan doen. Dat kost tijd en gaat in kleine stapjes. Een duwtje in de rug kan geen kwaad en daar hebben wij als NVOG ook een rol bij. Die rol pakken wij in 2019 zeker op.

 

Nieuwsbrief 50

vrijdag 30 november 2018

 

Prioriteiten pensioentoezicht in 2019

     

 

Op 29 november heeft DNB de prioriteiten van het toezicht in 2019 bekend gemaakt in de Toezicht Vooruitblik. DNB-directeur Else Bos licht toe.

 

 

Wat zijn de zaken waar DNB in 2019 aandacht aan gaat besteden?
Net als in eerdere jaren hebben we in 2019 weer veel aandacht voor de veranderkracht van pensioenfondsen. Vanwege de ontwikkelingen waar de sector mee te maken heeft, moeten fondsen de kracht hebben om zich snel en soepel aan te passen. Nieuw in 2019 is dat we bekijken of wij het toezicht efficiënter kunnen maken door rechtstreeks toezicht bij de pensioenuitvoeringsorganisatie te houden, in plaats van via het pensioenfonds. Door een aantal pilots te doen, willen we voor onszelf en voor de fondsen vaststellen of dit toegevoegde waarde heeft. Verder blijven we scherp op het risico van betrokkenheid bij financieel-economische criminaliteit. We zullen ons daarbij vooral blijven richten op het risico van belangenverstrengeling. Wij willen dat bestuurders hier voldoende aandacht aan besteden.

Op het gebied van technologie, zijn cyberrisico’s, innovatie en digitalisering onze prioriteiten in het toezicht in 2019. Zo willen we, via uitvragen en onderzoeken, achterhalen of pensioenfondsen en hun uitvoeringsorganisaties voldoende zijn toegerust om operationele en IT risico’s voldoende te beheersen. Ook blijven we aandacht houden voor de implicaties van crypto-toepassingen. Ook in ons toezicht zetten we verdere digitalisering in. Verbetering van de rapportagemogelijkheden en het verkrijgen van inzichten uit geautomatiseerd verworven en geanalyseerde data, kunnen helpen om het toezicht voor de sector en voor ons meer risicogebaseerd, efficiënter en effectiever te maken. Hierbij houden we nadrukkelijk oog voor een proportionele aanpak.

Zijn er in 2019 ook aandachtpunten op duurzaamheid?
Zeker. Ik vind dit echt een speerpunt van ons toezicht. Zoals steeds bij dit onderwerp, nemen wij graag de rol van aanjager of katalysator op ons. Want niets doen, is geen optie. We hebben eerder onderzocht aan welke klimaatrisico’s financiële instellingen blootstonden, bijvoorbeeld door middel van een stresstest. In 2019 willen we de financiële risico’s die samenhangen met klimaatveranderingen en de transitie naar een CO2-neutrale economie steviger verankeren in het toezicht op pensioenfondsen. We zullen bekijken welke instrumenten we in ons toezicht kunnen inzetten om pensioenfondsen verder te stimuleren duurzaamheid meer aandacht te geven.

Verder geldt per 13 januari 2019 de verplichting vanuit IORP II om ESG-aspecten in het risicobeheer op te nemen. En in 2023 gaan nieuwe eisen gelden voor de energielabels van commercieel vastgoed. Dit kan consequenties hebben voor de waardering van de vastgoedportefeuille. Daarnaast zullen we ook dit jaar weer een eigen themaonderzoek doen naar de informatievoorziening van vermogensbeheerders waar de sector mee werkt over de beheersing van klimaatrisico’s.

Zijn er nog specifieke aandachtspunten bij IORP II?
Een aandachtspunt bij IORP II is de korte implementatietermijn. Op 13 januari gaat de wet in. Dat is kort dag. We proberen hier in ons toezicht dan ook rekening mee te houden, bijvoorbeeld door redelijke termijnen te stellen voor het aanmelden van sleutelfunctiehouders. We vinden het in ieder geval belangrijk dat fondsen het aan ons voorleggen als de deadlines te zeer beginnen te knellen. Dan kunnen we samen kijken hoe we het kunnen oplossen.

Een volle agenda dus
Ja, er komt ook volgend jaar weer veel op de sector en het toezicht af. Ik vind het belangrijk dat we een goede dialoog met elkaar hebben. Om over en weer goed te begrijpen wat er speelt en wat we willen bereiken. Dat komt het toezicht alleen maar ten goede. Ook vind ik het belangrijk dat fondsen weten wat ze van ons kunnen verwachten. Daarom ontvangt ieder fonds aan het einde van dit jaar een toezichtagenda voor 2019. Op die manier kan het fonds in de eigen planning met het toezicht van DNB rekening houden.

 

Nieuwsbrief 49

vrijdag 23 november 2018

 

De Nederlandse Zorg Autoriteit NZa streeft voor de ziekenhuizen naar een financieel systeem waarin de medische resultaten of uitkomst van de ziekenhuiszorg een rol spelen.

Ongeveer 15 jaar geleden is de zorg die ziekenhuizen leveren opnieuw getypeerd. Dit leverde de zgn. Diagnose Behandeling Code (DBC) op. In de jaarlijkse onderhandelingen met de zorgverzekeraars worden de tarieven van de DBC’s afgesproken. Deze DBC systematiek is niet alleen ingewikkeld en al jaren onderwerp van discussie maar is ook niet inzichtelijk voor de patiënt.

Een DBC kan kort maar ook wel een jaar duren en het kan voorkomen dat de kosten die voor een behandeling, die in 2017 is gestart en t/m 2018 voortduurt, in de loop van het jaar 2018 nog wordt verrekend met het eigen risico van 2017! Het programma Radar heeft hieraan onlangs nog aandacht besteed. Tevens is het probleem dat de kosten onevenredig hoog kunnen zijn, b.v. dat voor een consult van enige minuten enige honderden Euro’s wordt gerekend. Om te voorkomen dat er tienduizenden DBC’s moesten worden onderscheiden, bevatten de meeste DBC’s namelijk een verscheidenheid aan behandelingen met uiteenlopende kosten.

De DBC-systematiek is niet alleen ingewikkeld, ze geeft ook nog eens verkeerde prikkels!  De prikkel wordt ook nog eens gedempt door het afspreken  van een jaarbudget; als het ziekenhuis dat overschrijdt wordt niet meer betaald.

Ziekenhuizen en specialisten worden betaald voor behandelingen die ze verrichten. De prikkel wordt ook nog eens gedempt door het afspreken van een totaal jaarbudget voor het ziekenhuis door de gezamenlijke zorgverzekeraars. Als het ziekenhuis dit overschrijdt dan wordt er niet meer betaald!

De NZa heeft nu de minister geadviseerd dat de ziekenhuizen en zorgverzekeraars afspraken moeten maken met de patiënt over wat de zorg de patiënt moet opleveren. Het resultaat van de behandeling moet gaan tellen, niet het aantal behandelingen. Dat levert ook duidelijkheid en besparingen in de ziekenhuiskosten op.

Het is nu bijvoorbeeld voor het ziekenhuis en de specialist nog lonend een 80-jarige een heupoperatie te geven in plaats van met hem of haar het gesprek aan te gaan of een operatie op die leeftijd wel zinnig is. Wellicht is fysiotherapie en looptraining een betere en goedkopere oplossing.

En de vraag is of een patiënt altijd een nachtje in het ziekenhuis moet blijven na een kleine ingreep of dat hij ook gewoon dat nachtje in zijn eigen bed kan doorbrengen! Dat levert ook goedkopere zorg.

 Met de ziekenhuizen en specialisten moeten afspraken komen die de prikkel wegnemen om meer te behandelen dan noodzakelijk is. In combinatie met goede afspraken over de kwaliteit van de zorg moet dit leiden tot betere en goedkopere zorg met een goed inzicht in de kosten daarvan. 

Wij staan, mede in het belang van de kwaliteit en de kosten van de zorg, achter dit advies van de NZA en zullen dit blijven volgen. Wij denken echter dat de regering de consequenties van dit advies wil zien als een stelselwijziging en in de regeringsverklaring is opgenomen dat in deze kabinetsperiode geen stelselwijzigingen zullen worden doorgevoerd in de zorg. 

 

Nieuwsbrief 48

dinsdag 20 november 2018

‘Pensioenakkoord onbestaanbaar zonder steun ouderen en jongeren’

Seniorenorganisaties pleiten voor Breed Nationaal Pensioenakkoord

Acht seniorenorganisatie hebben minister Koolmees van Sociale Zaken vandaag hun Kader voor een nieuw pensioenstelsel aangeboden tijdens een debatmanifestatie met 450 vertegenwoordigers van deze organisaties in de Jaarbeurs in Utrecht. Het kader bevat de criteria waarop de seniorenorganisaties elke aanpassing van het bestaande pensioenstelsel zullen beoordelen. Zij doen daarbij het aanbod actief mee te werken aan het tot stand komen van een Breed Nationaal Pensioenakkoord. De acht organisaties zijn: KNVG (inclusief KBO-Brabant), NVOG (inclusief FASv) , NOOM, KBO-PCOB, FNV Senioren, De Unie senioren, CNV Senioren en Verontruste Ouderen. Samen vertegenwoordigen zij direct 800.000 leden en indirect drie miljoen gepensioneerden.

Ouderen: minder zekerheid mag als kans op indexatie toeneemt

Handhaven van de levensstandaard en garantie van koopkracht, dat zijn veruit de belangrijkste eisen die gepensioneerden stellen aan een nieuw pensioenstelsel. Toch is zeventig procent van de ouderen bereid met minder zekerheid genoegen te nemen als de kans op indexatie daardoor toeneemt. Dat blijkt uit een onderzoek dat het Bureau Motivaction op verzoek van acht ouderenorganisaties in de maand oktober heeft gedaan onder hun 800.000 leden.

Nieuwsbrief 45

vrijdag 2 november 2018

 

Nibud rapport over ontwikkeling van de koopkracht in de periode 2010- 2019

Het Nibud heeft op verzoek van de 50PLUSpartij koopkrachtcijfers opgesteld over de periode 2010 tot en met 2019 (dus deels op basis van prognoses). Zie bijgaande rapportageDit is ook op dinsdag 30 oktober ingebracht bij de Algemene Beschouwingen in de Eerste Kamer.In het Nibud-rapport wordt dieper ingegaan op de effecten van beleidsmaatregelen, de achtergronden van de koopkrachtberekening en de getoonde cijfers.

Samengevat komt het erop neer, dat alleen de lagere inkomens nog een plusje overhouden qua (statische) koopkracht, maar de meeste midden- en hogere inkomens scoren negatief als totaalcijfer over die 10 jaars-periode. Dat geldt zowel voor werkenden als voor gepensioneerden.

Met name gepensioneerden met grotere aanvullende pensioenen hebben flink moeten inleveren, met zoals bekend het gebrek aan indexatie als voornaamste oorzaak. De totale gemiste indexatie is gemiddeld zo’n 15% van het aanvullend pensioen. In het mede door NVOG georganiseerde grote Pensioendebat op 19 november zal dit nog eens duidelijk aan de orde worden gesteld. 

Cijfervoorbeelden:

GEPENSIONEERDEN              Alleenstaande           Paar   

—  Alleen AOW                          +4,4%                        +2,3%

—  AOW + 10.000                      -3,4%                         -4,7%

—  AOW + 20.000                      -6,8%                         -8,5%

—  AOW + 30.000                      -11,2%                       -8,3%

—  AOW + 30.000  + 10.000          ----                         -7,7%

WERKENDEN                          Alleenstaande           Paar   

—  Minimumloon                         +2,8%                       +0,4%

—  1 x modaal                             -1,3%                       -2,6%

—  2 x modaal                             -7,9%                       -7,0%

—  1 x min.loon +1 x min.loon      ----                           -0,7%

—  1 x modaal + 1 x modaal          ----                         -1,2%

—  2 x modaal + 1 x modaal          ----                         -5,4%

N.B.

De verwachte AOW-uitkering in 2019 bedraagt op jaarbasis (bruto): € 15.522 (alleenstaande) resp. € 21.382 (paar, indien beiden AOW hebben) (dit is exclusief vakantie-toeslag en exclusief inkomens-ondersteuning AOW). De bruto-AOW was in 2010: € 13.339 resp. € 18.599.

Cijfers van werkenden betreffen situaties zonder kinderen. Het modale inkomen bedroeg in 2010 circa € 32.500.

 

Stijging AOW-leeftijd ook in 2024 niet nodig

Voor het tweede jaar op rij hoeft het kabinet de AOW-leeftijd niet verder te verhogen. Dat blijkt uit de nieuwe levensverwachting voor 65-jarigen, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag 1 november heeft gepubliceerd. De levensverwachting van 65-jarigen loopt weliswaar weer op, maar niet zo hard dat de AOW-leeftijd ook verder omhoog moet. De AOW-leeftijd stijgt de komende jaren versneld, maar volgens afspraak, naar 67 jaar in 2021. Daarna stijgt die verder met de levensverwachting.

Het ministerie van Sociale Zaken besluit op basis van de CBS-cijfers of de AOW-leeftijd verder stijgt of niet. Dat doet men altijd vijf jaar van te voren. Vorig jaar bleek al dat de AOW-leeftijd in 2022 naar 67 jaar en drie maanden gaat, maar in 2023 niet verder omhoog hoeft.

Een 65-jarige heeft volgens de jongste cijfers van het CBS in 2024 een levensverwachting van 20,63 jaar, en dat is 2 weken meer dan vorig jaar nog werd verwacht. Maar pas bij een levensverwachting van 20,76 jaar moet de AOW-leeftijd weer met drie maanden omhoog.

In 2017 daalde de levensverwachting van 65-jarigen volgens het CBS, tenminste ten opzichte van eerdere prognoses. Dat deze dit jaar weer stijgt, ondanks de hoge sterfte tijdens de griepgolf in de winter, komt vooral door dat er minder vrouwen aan longkanker overlijden, meldt het CBS. En zij verwachten, dat de levensverwachting van ouderen zal blijven oplopen.

N.B. De levensverwachting van 65-jarigen was begin jaren vijftig, toen de AOW werd ingevoerd,  14,3 jaar. En in 2017 was het 19,9 jaar. Dus gemiddeld genomen steeg de levensverwachting van een 65-jarige elk jaar met 1 maand, in de afgelopen bijna 60 jaar.

Nieuwsbrief 44

vrijdag 26 oktober 2018

 

Leefstijlgeneeskunde.

De huidige geneeskunde is vooral gebaseerd op het probleem dat als je fysiek of psychisch iets onder de leden hebt, men dat als “genezers” wil (en kan) herstellen of dragelijker maken. De discussie in Nederland gaat echter steeds meer de kant op dat de geneeskunde zich veel meer moet gaan concentreren op het voorkomen van ziekte! Er kan daarmee een trendbreuk worden gerealiseerd van de steeds grotere vraag naar “geneeskunde” die huisartsen, medisch specialisten en andere zorgverleners moeten beantwoorden naar adviseurs die de mensen leren hoe zij met hun lichaam in de meest brede zin zouden moeten omgaan om “ziekte” te voorkomen.

Het Nederlands Innovatiecentrum voor Leefstijlgeneeskunde heeft hierover onlangs via een manifest een voorstel aangeboden aan de ministers van het ministerie van VWS. Het instituut heeft de ministers er als voorbeeld op gewezen dat alleen de ziekte Diabetes 2 de samenleving € 18 miljard kost (ofwel gemiddeld € 1000 per inwoner), terwijl bekend is dat de ziekte in grote mate vermijdbaar en omkeerbaar is als men tijdig de stijl van leven en voeding aanpast!

 Zij verwijten de regering dat hierover in het regeerakkoord bijna niets is opgenomen. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.

 

Pin-only: contant betalen moet mogelijk blijven.

Bijna twee jaar lang hebben verschillende seniorenorganisaties, waaronder NVOG, ervoor gepleit om inwoners van Nederlandse gemeenten de mogelijkheid te blijven bieden geldtransacties aan de gemeentelijke balie met contant geld uit te voeren. Een aantal gemeenten in Nederland voert sinds enige tijd een zogeheten pin-only beleid, waarbij burgers voor het betalen van hun paspoort, rijbewijs of andere documenten uitsluitend met hun pinpas kunnen betalen.

Deze week kregen wij bericht van de heer Cees van Tiggelen, onze vertegenwoordiger in de Werkgroep Toegankelijkheid en Bereikbaarheid van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer het goede nieuws dat De Nederlandse Bank een brief heeft gestuurd aan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waarin wordt gesteld dat het niet aanbieden van de mogelijkheid om cash te betalen volgens het Europees recht niet is toegestaan. Dit zou namelijk (kunnen) leiden tot uitsluiting van bepaalde groepen burgers, bij voorbeeld ouderen die geen pinpas hebben.

De VNG heeft daarop haar leden (de gemeenten) een brief gestuurd waarin wordt gewezen op het te volgen pinbeleid. Het is aan de gemeenten zelf om te bepalen hoe men de mogelijkheid tot contant betalen van hun diensten gaan inrichten.

De ziekenhuisfinanciering.

Vorige week publiceerden wij een artikel over de financiering van de ziekenhuizen. 

Deze week werden wij verrast door het faillissement van de IJsselmeerziekenhuizen en het Slotervaartziekenhuis. Maar ook een bericht over een stresstest voor ziekenhuizen door het onderzoeksbureau BDO, waaruit zij concluderen dat er in Nederland 14 ziekenhuizen financieel in de gevarenzone verkeren.

 In Nederland “kopen” de zorgverzekeraars zorg ”in” voor hun verzekerden bij de zorgverleners zoals de ziekenhuizen. Het kan dus zijn dat voor dezelfde operatie de ene zorgverzekeraar meer betaalt dan de andere, afhankelijk van het “volume“dat ze afnemen!  Dat heet marktwerking! Maar als het ziekenhuis een prijs heeft afgesproken (wat volgens de leiding van deze nu failliet gegaan zijnde ziekenhuizen aan de lage kant lag!), maar het gedachte volume wordt niet gehaald, dan komt men tekort. Dat is het lot van iedere ondernemer: als hij onvoldoende van zijn “waar” verkoopt dan heeft hij een probleem!

Dat is gebeurd bij deze beide ziekenhuizen die nu failliet zijn gegaan. Het aantal opnames etc. bleef achter bij de verwachtingen. Dat kan vele redenen hebben.

De overheid heeft de regie over het leveren van zorg bij de zorgverzekeraars gelegd, de overheid bepaalt in principe alleen maar het maximumbedrag dat aan de zorg mag worden uitgegeven in Nederland.     

Uiteraard gaan wij als belangenbehartigers van uw leden na wat de consequenties kunnen zijn voor de ouderen. In Amsterdam zijn nog een aantal ziekenhuizen maar in de IJsselmeerpolders ligt dit moeilijker.

 

 

Nieuwsbrief 42

vrijdag 12 oktober 2018

 

Vertegenwoordiger KNVG / NVOG in het Pact voor de ouderenzorg

Via onze nieuwsbrief hebben wij u geïnformeerd over het Pact voor de ouderenzorg. Een veelomvattend programma met drie programmaonderdelen: Eenzaamheid, Langer Thuis en Thuis in het verpleeghuis. Een landelijk programma met veelal invulling op regionaal niveau

KNVG en NVOG hebben het Pact voor de ouderenzorg ondertekend en daarmee ook de verantwoordelijkheid op zich genomen een actieve bijdrage te leveren. Hoe dat het beste kan wordt nog vastgesteld.

Een actieve rol houdt ook in er samen met anderen voor te zorgen dat de betrokkenheid van de ouderen zelf gegarandeerd wordt. Onder het motto “Niets over ons zonder ons”

Ouderendelegaties

Op regionaal niveau zal een achttal ouderendelegaties met een goede landelijke spreiding betrokken zijn bij de uitvoering van het Pact voor de ouderenzorg. De leden van de ouderendelegaties zijn ouderen met een groot netwerk. Ouderendelegaties hebben contact met onder meer advies- en ledenraden, patiëntenverenigingen en ouderenorganisaties. Zij toetsen de plannen en zijn zelf betrokken bij het opzetten van initiatieven.

Raad van Ouderen

Op landelijk niveau zal de Raad van Ouderen fungeren. Deze Raad is gisteren geïnstalleerd en zal betrokken worden bij de verdere invulling en de richting van het Pact. Ook kan de Raad adviezen uitbrengen over actuele vraagstukken rondom ondersteuning en zorg voor ouderen. Het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) is de overlegpartner.

De Raad van Ouderen bestaat uit 11 leden. Afgevaardigden van de eerder genoemde regionale ouderendelegaties en uit 3 vertegenwoordigers van ouderenorganisaties (KBO-PCOB, KNVG- NVOG en NOOM) die in BeterOud participeren.

Vanuit KNVG / NVOG zal Joost Bos plaatsnemen in de Raad van Ouderen. Samen met Jan Pouw blijft Joost ook onze belangenbehartiger binnen BeterOud.

Joost Bos vertegenwoordigt, in teamverband, alle ouderen in het overleg met het ministerie van VWS. Omdat de belangen van de leden van onze lid-organisaties veelal parallel lopen met die van de andere ouderen, is ook onze belangenbehartiging goed geborgd!

Nieuwsbrief 41

vrijdag 5 oktober 2018

 

Nibud: ook zzp'er moet verplicht voor pensioen sparen

Het Nibud, dat consumenten voorlichting geeft over financiële zaken, waarschuwt dat er een groeiende groep ouderen dreigt te ontstaan die financieel moeilijk kan rondkomen. Onder anderen personen die nu als zelfstandige zonder personeel (zzp'er) opereren, lopen het risico dat zij na hun pensionering over onvoldoende financiële middelen beschikken. De stichting pleit daarom voor verplichte pensioenopbouw voor alle werkenden, ook voor zzp’ers. Dat meldt het Nibud in een rapport, dat donderdag uit is gekomen.

Gepensioneerde ondernemers

Volgens het voorlichtingsbureau heeft nu al een op de drie gepensioneerden moeite om rond te komen. Dat aandeel zal alleen maar toenemen.

Het Nibud heeft meer dan duizend 65- tot 80-jarigen Nederlanders ondervraagd. Respondenten met een echtscheiding achter de rug hadden of die in hun werkzame leven ondernemer waren, gaven vaker aan moeilijk rond te kunnen komen.

Binnen de Sociaal-Economische Raad (SER) wordt al tijden gesproken over de hervorming van het Nederlandse pensioenstelsel. Het Nibud vreest dat de keuzevrijheid die in het toekomstige pensioenstelsel in Nederland kan worden ingebouwd, tot gevolg kan hebben dat veel mensen vergeten hun oudedagsvoorziening goed te regelen. Bijna niemand wil of later nadenken, redeneert de stichting.

'Gebruik pensioenpot niet voor aankoop huis'

Het Nibud zegt verder het een slecht idee te vinden dat mensen hun pensioenpot eerder al aan kunnen spreken om een huis te kopen. Het idee achter dat plan is dat mensen na hun pensioen hun huis kunnen verkopen en van de opbrengst leven. Maar het Nibud noemt dat veel te optimistisch.

Van de huidige gepensioneerden wil volgens het Nibud slecht 9% kleiner gaan wonen. 'In de praktijk blijkt dat de meeste gepensioneerden zolang mogelijk in hun eigen huis willen blijven wonen. Sociale aspecten en gezondheidseffecten spelen daarbij een grotere rol dan financiën.'

Bron: Het Financieele Dagblad 04-10-2018.

 

Innovatieve geneesmiddelen, Patiënten of Patenten?

Regelmatig lezen wij in de krant over de prijzen van nieuwe geneesmiddelen voor zeldzame ziektes. Afgelopen week woonde ik een discussie hierover bij in het AMC in Amsterdam. Daarbij was ook, naast andere deskundigen, Prof. Carla Polak aanwezig die onlangs in het AMC-ziekenhuis voor veel minder geld een geneesmiddel namaakte waarvoor een fabrikant in de USA de hoofdprijs vroeg van enige honderdduizenden Euro’s per patiënt per jaar. De discussie was verhelderend over wat er gebeurt, maar een oplossing kwam niet op tafel!

Deze week maakte het minister Bruins van VWS bekend dat hij, doordat de inkoop van dit soort medicijnen zelf als ministerie ter hand was genomen, in 2017 € 132 miljoen heeft bespaard. (fabrikanten vroegen € 457 miljoen, uiteindelijk is € 325 miljoen betaald). Dat zijn enorme bedragen op een totaal uitgave van geneesmiddelen in Nederland van ongeveer € 5 miljard!

In snel tempo komen nieuwe medicijnen op de markt voor ziektes die tot voor kort niet behandeld konden worden.  Maar deze middelen zijn vaak heel duur waarbij de totale uitgaven kunnen oplopen tot soms wel meer dan 100 miljoen Euro per jaar per medicijn.

In de discussie werd voorgesteld om eens na te denken over een no cure no pay regeling: alleen betalen als het medicijnen bij de patiënt ook werkelijk werken.

In Nederland is een vereniging, Fair Medicine genaamd, die er op toeziet dat fabrikanten van medicijnen faire prijzen rekenen. Echter, dat is moeilijk als een fabrikant in bv de USA alle rechten op een innovatief gepatenteerd medicijn opkoopt, haar aandeelhouders een extra douceurtje wil geven en daarom de prijs op de internationale markt opdrijft! En dat gebeurt regelmatig.  De vraag is dan: staan daar de “Patiënten” voorop of de ”Patenten”!!

Wij moeten ons gelukkig prijzen dat wij in Nederland een solidair zorgsysteem hebben. Alle kosten worden voor een zeer groot deel inkomensafhankelijk over alle volwassen Nederlanders verdeeld, dus ook de kosten van deze innovatieve geneesmiddelen.

Er werd in de discussie nog een gezegd dat 80% van de totale kosten van de curatieve zorg in Nederland wordt uitgegeven voor 10% van de bevolking en dat wij er gezamenlijk wel voor moeten zorgen dat de zorg en dus ook de te betalen premie betaalbaar blijft. En dat is ook een taak van het Ministerie van VWS!

Nieuwsbrief 40

vrijdag 28 september 2018

 

Actuarissen geven nieuwe prognose af van de verwachte gemiddelde levensduur.

Het Koninklijk Actuarieel Genootschap heeft op 12 september j.l. de nieuwe Prognosetafel AG2018 gepubliceerd. Hieruit, blijkt dat Nederlanders gemiddeld nog steeds ouder worden. 

De verwachte toename van de levensverwachting is echter afgevlakt in vergelijking met de Prognosetafel AG2016. Op basis van de laatste inzichten is de gemiddelde levensverwachting van een meisje, geboren in 2019, 92,5 jaar en van een in 2019 geboren jongen, 90,0 jaar.

Pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen kunnen de Prognosetafel AG2018 gebruiken voor het vaststellen en toetsen van hun technische voorzieningen en premies. 

De effecten zullen niet voor alle portefeuilles hetzelfde zijn. Met name de samenstelling naar leeftijd en geslacht bepaalt de ​effecten voor een specifieke portefeuille. 

Maar in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat (bij een rekenrente van 1%) bij portefeuilles met relatief veel mannen, de technische voorzieningen eind 2018 ongeveer met 1,2% zullen afnemen en dat bij portefeuilles met relatief veel vrouwen, de technische voorzieningen met ongeveer 1,6% zullen afnemen. 

De afname van de technische voorzieningen zal een positief effect hebben op de dekkingsgraden van pensioenfondsen, waarbij de hoogte tevens afhankelijk is van de daadwerkelijke marktrente. 

Kortom: de nieuwe prognosetafels betekenen een meevaller, maar dat is zeker nog geen echte oplossing voor de pensioenfondsen in de gevarenzone. Immers de dekkingsgraden variëren nogal, van circa 100% tot bij een enkel fonds zelfs meer dan 125%. De nieuwe prognose verhoogt de dekkingsgraad met ongeveer 1 à 1,5%-punt, maar de fondsen met de laagste dekkingsgraden hebben enkele %-punten meer nodig, om straks (bijv. in 2020) niet te hoeven korten.

Het complete rapport van het AG is te vinden via deze Link: 

https://www.ag-ai.nl/nieuws.php?action=view&Nieuws_Id=774 

AOW-leeftijd.

De toekomstige AOW-leeftijd wordt vastgesteld op basis van CBS-cijfers voor 65-jarigen. De nieuwe cijfers worden eind oktober 2018 verwacht. Maar..…. indien de Prognosetafel AG2018 gebruikt zou worden voor de vaststelling van de AOW-leeftijd voor het jaar 2024, dan is (op basis van de huidige wetgeving) de verwachting dat de AOW-leeftijd in 2024 ongewijzigd blijft op 67 jaar en 3 maanden, en in de jaren erna toch door zal stijgen tot 68 jaar in 2029. 

N.B. In de pers klinken recent duidelijker geluiden door, dat de versnelde AOW-leeftijdsverhoging wellicht toch wat kan worden afgeremd.​

 

“Eén tegen eenzaamheid”,  “Week tegen eenzaamheid”

Vandaag start de “week tegen eenzaamheid” met een groot congres in Enschede georganiseerd door de Coalitie Erbij en Humanitas. Prinses Maxima zal daar ook aanwezig zijn. Woensdagavond was in den Haag een grote bijeenkomst over de actie “Eén tegen eenzaamheid” als onderdeel van het Pact voor de Ouderenzorg, geopend door minister Hugo de Jonge van VWS.
Voor deze bijeenkomst waren ongeveer 80 van de ondertekenaars van het Pact (nu meer dan 140 deelnemende organisaties!), 30 vertegenwoordigers van de gemeenten en 20 ouderen (waarvan 6 vanuit NVOG en KNVG) aanwezig om in groepen te bespreken hoe de aanpak van dit probleem kan worden georganiseerd. Echter dit blijkt niet zo gemakkelijk te zijn. 

In onze samenleving is veel sprake van eenzaamheid, vooral onder alleenstaanden, zowel jong als oud, hoewel je daar in de samenleving dikwijls niet veel van merkt.  De ouderen die alleen wonen, b.v. omdat de partner is overleden, hebben dikwijls weinig contacten en voelen zich eenzaam, maar laten dat niet blijken. Als men ze vraagt of zij eenzaam zijn, dan zullen zij dit meestal ontkennen, maar als men bij hen op bezoek komt en een gesprek aangaat, blijkt dat zij weinig contacten hebben en het contact dat men heeft met beide handen aanpakt. Men wil ook niet het “stigma“ van eenzame oudere hebben, daar schaamt men zich voor. In de bijeenkomst van woensdag werd ook naar voren gebracht dat wij het woord “eenzaamheid” en “eenzame” beter kunnen vermijden. Het zou kunnen worden vervangen door het woord “ontmoeting” of iets dergelijks.

De minister wil de Nederlandse bevolking activeren om eenzame ouderen wat mee kleur in het leven te geven. Woensdag werd o.a. door de directie van Albert Hein en Rabobank verteld wat zij speciaal voor ouderen doen. Algemeen was men van mening dat een actie kleinschalig en b.v. per gemeente moet worden opgepakt. Inzet van jonge ouderen die dit vrijwillig doen en de nodige begeleiding krijgen voor oudere ouderen hiervoor zou op zijn plaats zijn.  Adressen van vermoedelijk “eenzamen” zouden verstrekt kunnen worden door sociale wijkteams, de wijkverpleegkundige etc. Opgemerkt werd dat per dorp of wijk opgerichte “zorgcoöperaties” daar een mooie taak in zouden kunnen hebben. 

Maar de bij NVOG en KNVG aangesloten organisaties van gepensioneerden zouden ook zelf dit kunnen organiseren voor eenzamen onder hun leden. Er zijn er al die daar aan werken en het ook uitvoeren. Denk er in uw besturen eens over na.  En besef dat de leden die dit overkomt dikwijls ook niet op ledenvergaderingen etc. komen!

Zondagavond 30 september zal Kruispunt (NPO 2, 22.45 uur) geheel gewijd zijn aan dit onderwerp en zullen beelden van deze bijeenkomsten worden getoond.
Wij komen hier nog zeker op terug. 

 

Nieuwsbrief 38

dinsdag 18 september 2018

 

 

Persbericht - Troonrede en Miljoenennota

Reactie van KNVG en NVOG op Troonrede en de Miljoenennota

KNVG en NVOG zijn gelukkig met de uitspraak van de regering in de Troonrede dat ook de koopkracht van ouderen omhoog kan. Die koopkracht is de afgelopen vele jaren voor miljoenen ouderen tot 10% en meer gedaald door het niet of niet volledig indexeren of zelfs korten van de aanvullende pensioenen. Dat schrijnt temeer nu de overheid met belastingverlaging pronkt maar tegelijk de lasten voor ouderen voortdurend verhoogde. De voorziene verhoging van de AOW is uiteraard welkom evenals de in het vooruitzicht gestelde vermindering van de inkomstenbelasting maar compenseert de verlagingen niet.

Beide koepels stellen vast dat de  koopkrachtverbetering vooral een sigaar uit eigen doos is nadat eerder verschillende kostenverhogende maatregelen zijn getroffen. Zo werd de BTW verhoging van 19 naar 21 %, een crisismaatregel, nooit teruggedraaid, blijft de oneerlijke forfaitaire vermogensrendementsbelasting gehandhaafd en wordt de Hillen “wet” afgebouwd. Of de nu voor ouderen verwachte koopkrachtverbetering zich inderdaad zal realiseren zal afhangen van de effecten van de verhoging van de lage BTW van 6 naar 9% en die van de hogere zorg- en energielasten voor deze groep.

Het kabinet stelt vast dat het huidige pensioenstelsel de verwachtingen steeds minder waar maakt. Dat is echter voor een groot deel te wijten aan onder meer strengere rekenregels voor de pensioenfondsen, die de politiek de fondsen heeft opgelegd.

KNVG en NVOG zijn tevreden met de uitspraak van het kabinet dat de risicodeling en de collectiviteit in een aangepast pensioenstelsel gehandhaafd moet blijven. Het kabinet geeft aan dat het samen met de sociale partners wil werken aan de aanpassing van het pensioenstelsel. 

Het is ronduit teleurstellend dat het kabinet er nog steeds niet aan toe is aan te geven dat met name ook de ouderenorganisaties hierbij betrokken dienen te worden. KNVG-voorzitter Joep Schouten: 'Het is niet alleen democratisch de vertegenwoordigers van drie miljoen gepensioneerden hierbij te betrekken, het is ook nodig om voldoende draagvlak te krijgen voor een aangepast pensioenstelsel'.

 

 

Nieuwsbrief 36 
donderdag 13 september 2018

 

Bijna een kwart miljoen senioren lopen risico geld te laten liggen.

230.000 senioren-huishoudens missen mogelijk huur- of zorgtoeslag. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van vijf organisaties voor senioren en gepensioneerden. KBO-PCOB, KNVG, NVOG, FASv en NOOM willen dat de overheid burgers actiever gaat wijzen op toeslagmogelijkheden en werkt aan meer gebruiksvriendelijkheid van het toeslagenstelsel.

Lees hier het persbericht dat de seniorenorganisaties deze ochtend hebben uitgebracht of lees alles op onze website. Daar kunt u ook het rapport van onderzoek dat Regioplan in opdracht van de seniorenorganisaties heeft opgesteld downloaden.

 

 

Nieuwsbrief 35
vrijdag 7 september 2018

Van de voorzitter

 

Tegelijk met het werk dat elke dag maar weer door heel veel vrijwilligers voor senioren in het algemeen en voor gepensioneerden in het bijzonder wordt gedaan, zijn we druk bezig met twee grote projecten.

 

Op weg naar één organisatie

 

Na onze laatste algemene vergadering is de bestuurlijke werkgroep KNVG/NVOG voortvarend aan het werk gegaan. Inmiddels zijn missie en doelstellingen in concept geformuleerd en zullen via de besturen ook de lid-organisaties bereiken. Er is verder een plan van aanpak met verschillende onderwerpen die nog zeker de nodige discussie zullen opleveren, zoals de bestuurlijke structuur, het contact met de commissies en de platforms/regio’s, de professionalisering (benodigde ondersteuning), een centraal punt voor ontmoeting etc. en de daarvoor benodigde gelden en dus ook de contributiehoogte. Dat alles wordt door de werkgroep met behulp van deskundigen uitgewerkt en stapsgewijze aan de besturen ter voorlopige vaststelling voorgelegd. Voorlopig, omdat er natuurlijk ruimte moet zijn om naar aanleiding van opeenvolgende onderwerpdiscussies op eerdere concepten terug te komen. Het bestuur betrekt zoveel mogelijk de platformvoorzitters bij de ontwikkelingen en zo ook de leden van verdienste. Op geëigende momenten zullen (tussentijdse) beslissingen moeten worden genomen door de algemene vergadering. Natuurlijk met hetzelfde voorbehoud van terugkoppeling naar eerdere concepten.

 

Het lukt niet om al in september een (extra) algemene ledenvergadering te houden. In november hebben we onze reguliere algemene vergadering. We mikken erop dan een deel van de voortgang aan de lid-organisaties voor te leggen. Onder het motto: Beter goed, dan (te) snel.

 

Debatmanifestatie 19 november

 

De voorbereidingen voor de debatmanifestatie van 19 november zijn in volle gang. De eerste aanmeldingen komen binnen. Nu al een kwart van de 450 mensen die in de Jaarbeurszaal kunnen. Het is bijzonder dat zoveel organisaties van gepensioneerden en senioren mee hebben willen organiseren. En dat al die organisaties zich achter de toetsingscriteria hebben geschaard, die door de brede pensioencommissie KNVG/NVOG/KBO-PCOB NOOM en ANBO zijn uitgedokterd en door de besturen zijn ondersteund. Daardoor spreken we die middag één taal op basis van éénzelfde boodschap. De bedoeling is dat we de minister en zijn ambtenaren laten zien waarvoor wij als senioren staan en dat we dat met z’n allen doen. Het is verheugend dat de minister heeft toegezegd op z’n laatst om 14.00 uur (als het verkeer meezit eerder) aanwezig te zijn om te horen wat er allemaal door ons naar voren wordt gebracht. Hij zal daarop uitgebreid reflecteren.

 

Een tweede doel is om de buitenwereld te laten kennismaken met wat er bij de senioren leeft. Daarom zullen ook journalisten worden uitgenodigd en zijn we bezig met een actief communicatieplan om zoveel mogelijk publicitaire aandacht te krijgen. De woordvoerder van de minister zal daaraan meewerken.

 

De organisaties die meedoen, hebben niet alleen menskracht aangeboden maar ook de financiële middelen om de manifestatie te bekostigen. Fantastisch dat we elkaar hebben kunnen vinden! KNVG, NVOG en in het verlengde KBO-Brabant alsmede FASv,  KBO-PCOB, het NOOM, de senioren van FNV, CNV en De Unie en ook de zogenoemde ‘Verontruste Ouderen’. Jammer genoeg weten we na uitvoerige pogingen nog niet of de ANBO ook mee wil doen. Voor de bijeenkomst zijn ook de seniorenorganisaties van de politieke partijen als gast uitgenodigd en de eerste 20 aanmeldingen uit die hoek zijn al genoteerd. Verder zijn ook als gast uitgenodigd de jongerenorganisaties die samenwerken in het Pensioenlab. Een organisatie die tot doel heeft de jongeren te interesseren voor het thema pensioenen, en wat daarbij komt kijken, en om belangstellenden op te leiden tot pensioenfondsbestuurder. Een aantal daarvan zijn inmiddels succesvol bestuurder geworden. Ook van de kant van de jongeren (FNV jongeren, CNV jongeren en Young Professionals) zijn de eerste aanmeldingen binnen.

 

De uitnodigingen lopen bij KNVG en NVOG via de besturen van de lid-organisaties. Uiteindelijk hopen we van elke deelnemende organisatie minimaal 15 mensen in de zaal te hebben, aangevuld met overige inschrijvingen via debatmanifestatie@gepensioneerden.nl met vermelding van naam, e-mailadres en organisatie. Bij te verwachten over-inschrijving komt er wachtlijst en zullen de beschikbare plaatsen naar rato van de achterban na 1 november worden verdeeld.

 

Heel bewust hebben we ervoor gekozen geen politici uit Eerste en Tweede Kamer uit te nodigen. Voor hen organiseren we een volgende bijeenkomst niet lang na 19 november. Het gaat erom dat wij in gesprek/discussie gaan met de minister en niet de politici waarvoor het dagelijks werk is.

 

Natuurlijk hebben we een plan B in voorbereiding. Het kan immers zijn (wie weet???) dat de SER in de tussentijd met voorstellen komt voor de vernieuwing van het pensioenstelsel. Dan zullen we die middag gebruiken om de vernieuwingsplannen te vergelijken met onze toetsingscriteria/wensen.

 

Tenslotte is het goed te melden dat we het onderzoekbureau Motivaction hebben gevraagd bij onze leden onafhankelijk na te gaan hoe zij over de toetsingscriteria denken. Als u die vraag via uw bestuur krijgt, zou u aan dit onderzoek dan willen meewerken? Hoe meer mensen meedoen, hoe meer indruk dat zal maken. Ook voor de besturen is het goed te weten wat u ervan vindt.

 

Hartelijke groet,
Jaap van der Spek

 

 

Nieuwsbrief 33, 2018

Publicatiedatum: vrijdag 24 augustus 2018.

 

 
   
 

 Pact voor de ouderenzorg (1).

Naast onze koepels van gepensioneerden KNVG en NVOG hebben ruim 100 organisaties het Pact voor de ouderenzorg ondertekend.

Eenzaamheid, langer thuis wonen en verpleeghuiszorg zijn de belangrijkste aandachtspunten voor het Pact dat ruim 100 organisaties ondertekenden om de ouderenzorg te verbeteren in ons land.

In maart 2018 is de aftrap gegeven voor het Pact voor de ouderenzorg. Een veelomvattend programma dat door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) samen met veel organisaties en bedrijven is opgezet. Ruim honderd partners hebben het Pact ondertekend. Hieronder onder meer de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Nationaal Ouderenfonds, VNO-NCW, de Zonnebloem en KNVG / NVOG. Samen moeten zij aan de slag.
Het pact is een aanvalsplan, met een bundeling van krachten, dat er voor moet zorgen dat partijen samenwerken om te komen tot een betere ouderenzorg. Zowel voor de oudere in een verpleeghuis als de oudere die thuis woont. Het is een actie vanuit de overheid die partijen er toe heeft gebracht om er voor te tekenen om samen te gaan werken.

Waarom een Pact?
Met veel ouderen gaat het goed. Sommigen werken nog, anderen passen op de kleinkinderen, maken leuke uitstapjes en ook wordt er veel vrijwilligerswerk gedaan. Op een goede en leuke manier oud worden. Helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Sommige mensen vinden ouder worden echt een probleem en het lukt hen niet om gelukkig oud te zijn. Ze zijn steeds meer afhankelijk van anderen en voelen zich eenzaam. Hulp en ondersteuning is niet altijd makkelijk te regelen. Ook de zorg in het verpleeghuis wordt als onvoldoende ervaren.
Langer thuis wonen is het uitgangspunt. Helaas kunnen huizen en (woon) omgevingen vaak niet simpel worden aangepast en zijn er nog onvoldoende alternatieve woonvormen.

De drie programmaonderdelen van het pact:
Eenzaamheid
signaleren en doorbreken: vanuit het besef dat dé eenzaamheid niet opgelost kan worden. Er zijn niet altijd pasklare oplossingen, zeker niet bij emotionele eenzaamheid (bijvoorbeeld bij verlies van de partner). Sociale eenzaamheid kan vaak beter doorbroken worden. Verbeteren van contacten en mensen laten zien dat ze in staat zijn, ook op hogere leeftijd, een prima rol in de maatschappij te vervullen.
Langer thuis. Zorgen dat mensen met goede zorg en ondersteuning langer thuis kunnen wonen: dit deel van het Pact richt zich vooral op de grote en groeiende groep ouderen die zelfstandig thuis woont. Uitgangspunt is om zo lang mogelijk op een goede manier zelfstandig te kunnen blijven wonen. Met ondersteuning en (mantel) zorg en in een woning die aansluit bij de persoonlijke behoefte. Een hele opgave!
Verpleeghuiszorg. De kwaliteit van de verpleeghuiszorg verbeteren: er voor zorgen dat er voldoende tijd, aandacht en zorg is voor alle bewoners. De wensen van de verpleeghuisbewoner staan daarbij centraal. Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg is hierbij de richtsnoer voor iedereen die bij de verpleeghuiszorg is betrokken.

De aanpak van de overheid
De rijksoverheid stimuleert, ook financieel, en voert de eindregie. Het echte werk wordt zoveel mogelijk regionaal en lokaal gedaan. Per programma onderdeel worden met en door de partners afspraken gemaakt. De uitdaging daarbij is dat plannen ook met elkaar worden gedeeld. Wat in Groningen ontwikkeld en succesvol is, kan met wat regio-specifieke aanpassingen ook in bijvoorbeeld Maastricht worden toegepast.
Ouderen moeten een belangrijke stem in het geheel hebben. Zij weten vaak het beste welke verbeteringen waardevol zijn. De bedoeling is dat er een Nationale Ouderenraad komt die een aantal malen per jaar bij elkaar komt en de activiteiten toetst. De ouderen die in de Raad zitting hebben moeten natuurlijk gevoed worden vanuit de regio’s. Een plan hiervoor wordt ontwikkeld. De ouderenorganisaties, waaronder KNVG en NVOG zijn hier nauw bij betrokken.

Wat kan het Pact voor u of uw (leef) omgeving betekenen?

Nieuwsbrief 30, 2018

Publicatiedatum: vrijdag 3 augustus 2018.

Pensioenen: Scoren met lage dekkingsgraad.

Ook met lage dekkingsgraad kun je scoren in de pensioenranglijst.
Bij ambtenarenpensioenfonds ABP dreigen door een te lage dekkingsgraad nog kortingen en het fonds kan pensioenen al jaren niet indexeren. Toch staat ABP bij de tien best scorende pensioenregelingen in de ranglijst van The Pension Rating Agency (TPRA), die deze week voor de tweede keer wordt gepubliceerd.

De hoge score van ABP illustreert volgens Michael Deinema van TPRA dat 'dekkingsgraden niet alles zeggen', hoe vervelend een kortingsdreiging en het uitblijven van compensatie voor inflatie ook zijn. Zeker zo belangrijk is hoe goed de pensioenregeling is. 'De vraag is: word je liever geïndexeerd in een regeling waar je weinig opbouwt, of word je liever gekort op een hoge opbouw', zegt Deinema. 'Dat laatste levert toch een beter pensioen op.'

Voor het tweede jaar op rij scoort TPRA de pensioenregelingen die Nederlandse pensioenfondsen aanbieden. ‘Verschillen tussen de pensioenregelingen zijn groot en dat heeft een grote impact op de financiële toekomst van werknemers’, aldus Deinema. ‘Inzicht daarin is volgens ons noodzakelijk, daarom maken we deze rating publiek en beschikbaar voor iedereen’.

Goede indicator
Dit jaar zijn meer dan 200 fondsen met elkaar vergeleken. Een megaklus, waar tot nog toe verder niemand zich aan waagt. Pensioenregelingen zijn moeilijk te vergelijken omdat bijna iedere regeling uniek is. Dat probeert TPRA op te lossen door regelingen te beoordelen op meerdere criteria. De belangrijkste is: hoeveel pensioen wordt er eigenlijk opgebouwd? Dat wordt gemeten in een percentage van het salaris. Een fonds waar het fiscaal maximaal toegestane percentage wordt opgebouwd, scoort het hoogst en daar doet ABP het goed.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de premiedekkingsgraad: wordt er genoeg premie betaald voor wat het fonds belooft? 'Wij denken dat dit ook een goede indicator is voor hoe betrokken sociale partners zijn bij de regeling. Een hoge premiedekkingsgraad suggereert dat zij bereid zijn de prijs te betalen die nodig is om hun beloftes na te komen.' (Op dit punt doet het ambtenarenpensioenfonds het overigens minder.) Daarnaast is onder meer een goed nabestaandenpensioen is belangrijk.

Bisdommen
De best scorende fondsen in de top tien zijn zonder uitzondering regelingen van grote partijen die in staat zijn relatief veel premie in te leggen, zoals banken (Rabobank en ABN Amro), zorgverzekeraars, grote ondernemingen (Shell, Unilever, KLM Hoogovens) en de overheid (ABP). De maximaal fiscale pensioenopbouw wordt dan doorgaans wel gehaald.
Vreemde eend in de bijt zijn de pensioenregelingen van de Bisdommen van de katholieke kerk. Die staan zowel in de top tien van best scorende regelingen (het pensioen voor de pastoraal medewerkers) als in het lijstje laagst scorende (de regeling voor het huishoudelijk personeel).

Medisch specialisten
Uit de ranglijst zijn een paar bredere trends te vissen: zo scoren ondernemingspensioenfondsen (opf'en) beter dan bedrijfstakpensioenfondsen. 'Opf'en hebben een sterke sponsor, het bijbehorende bedrijf, met meer binding met de deelnemers', zegt Deinema.

Bij de laagst scorende regelingen valt op dat daar een aantal beroepspensioenfondsen bij zitten, zoals de medisch specialisten en de huisartsen. 'De deelnemers van deze fondsen moeten hun premie helemaal zelf opbrengen. Daarnaast hebben zij waarschijnlijk ook andere inkomstenbronnen voor hun pensioen.'

DC-regelingen                                                                                                                                         Over het algemeen scoren zogeheten defined contribution-regelingen, beschikbare premieregelingen, lager dan andere pensioenregelingen in de TPRA-ranglijst. Maar daar kan niet de conclusie aan verbonden worden dat dit type regeling per definitie een slechter pensioen oplevert.

Het komt volgens Deinema vooral doordat er minder premie wordt ingelegd. Terwijl bij andere fondsen de premie de afgelopen jaren gestegen is om de verslechterde vooruitzichten te compenseren, blijft die in een dc-regeling constant. Als er goede rendementen worden behaald, kan het pensioen hoger uitvallen dan nu wordt verwacht.

Dit artikel van van verslaggever pensioen Martine Wolzak is overgenomen uit Het Financieele Dagblad van vrijdag 3 augustus 2018. In het hieronder toegevoegde pdf document kunt u de hoogste en de laagste scores van een aantal fondsen zien.

Hoog-Laag score

Duitse oudere blijft vaker thuis.

In Duitsland worden de zorgbehoevende ouderen zo lang mogelijk thuis verzorgd, het liefst door eigen kinderen. De kosten voor de ouderenzorg zijn veel lager (macro ongeveer 70% lager!) dan in Nederland. De druk op de mantelzorg is echter groot. Er zijn wel verpleeghuizen, maar als men daar wordt opgenomen moet men in principe de kosten zelf betalen. Al het vermogen boven de € 10.000 kan worden ingezet voor de zorg. Kinderen moeten mee betalen (naar vermogen!) als de ouder de kosten niet kan opbrengen.

Positief is in Duitsland dat de mantelzorger wordt ondersteund!  Men kan kiezen tussen en tegoedbon waarmee verpleegkundige zorg kan worden ingekocht of een zgn. mantelzorgforfait, een bedrag per maand waarin men volledig vrij is hoe dit te besteden. Dit bedrag kan oplopen tot ongeveer € 600,- per maand (niveau 2 uit 3 niveaus), is belastingvrij en wordt uitgekeerd door de zorgverzekeraars in Duitsland. Daarnaast krijgen mantelzorgers een vergoeding van € 150,- per maand voor de emotionele belasting en zij kunnen allerlei cursussen volgen over de verzorging van hulpbehoevende ouderen. Ook is het mogelijk om de ouderen een of twee weken per jaar tijdelijk in een verpleeghuis te laten opnemen om bv. van een vakantie te genieten.

Er zijn in Duitsland dus relatief veel minder verpleeghuizen dan in Nederland en als ouderen naar een verpleeghuis gaan doen zij dit op een veel hogere leeftijd dan in Nederland.
In Nederland geven wij ongeveer 3,5 % van het bruto Nederland product uit aan langdurige zorg, in Duistland is dat 1%. Dat betekent dus een veel lagere last voor de samenleving, maar een veel hogere last voor het individu en zijn/haar directe omgeving als men als oudere zorg nodig heeft.
Het is maar de vraag wat beter is!

Nieuwsbrief 29, 2018.

Publicatiedatum: vrijdag 27 juli 2018.

 

Het Zorgpact.

Naast het “Pact voor de ouderenzorg” is er nog een ander “Pact, nl. Het” Zorgpact”.Het zijn beide overeenkomsten om de zorg beter te maken!

Bij de introductie van het advies over de zorg in 2030 in 2016 werd ook geconstateerd dat de opleidingen in de zorg dringend modernisering en vernieuwing behoeven. Dit van hoog tot laag, van de Universitaire opleidingen voor medisch specialisten tot de hbo en mbo-opleidingen voor verpleeg- en verzorgend personeel. Maar ook de nascholing moest op een andere leest worden geschoeid.

De toenmalige minister van onderwijs, mevr. Bussemaker, heeft zich dit toen aangetrokken en onder leiding van Doekle Terpstra  een commissie ingesteld om dit “varkentje te wassen”. Dit gebeurt regionaal en lokaal door de onderwijsinstellingen samen te laten overleggen en ook de praktijk erbij te betrekken elkaar te brengen en te komen tot een betere aansluiting van opleidingen en de praktijk in de zorg. Daarnaast wordt gezamenlijk nieuw lesmateriaal ontwikkeld en worden.

Daartoe worden vele bijeenkomsten belegd om van elkaar te leren en met elkaar goede lesprogramma’s te ontwikkelen. Er zijn in Nederland al 75 samenwerkingsverbanden die met dit project bezig zijn
Ook het lopen van stages beter geregeld, want stagelopen in de praktijk maakt bij de zorgopleidingen een belangrijke een belangrijk onderdeel uit.
Daarbij komt nog dat er meer dan 2000 functies in de zorg beschreven zijn! Dat is uiteraard veel te veel. Ook daar zal veel in gesneden worden zodat landelijk een goed overzicht ontstaat van functies in de zorg die er werkelijk zijn.

Voor dit project is 5 jaar uitgetrokken, maar het zal de organisatie en effectiviteit in de zorg zeer ten goede komen. En daar gaat het ons om! En dit nog gevoegd bij de afspraak om de administratieve chaos in de zorg te verminderen door onnodige administratie te voorkomen, waar wij al eerder over schreven, al de effectiviteit in de zorg sterk verbeteren. Maar daar is wel enige tijd voor nodig.
Wilt u meer weten? www.zorgpact.nl

 

Stem voor uw eigen pensioen!

De vereniging van gepensioneerden MijnLandbouwPensioen nodigt alle leden van andere verenigingen die ook nog een (klein) pensioen van BPL-Pensioen ontvangen uit om gebruik te maken van het recht om zelf een bestuurder te benoemen. BPL-pensioen is het Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw en de ‘groene sector’.

MijnLandbouwPensioen heeft hard gestreden voor verkiezingen. Dat was ook dringend nodig want er was al 4 jaar geen echte bestuurder namens de gepensioneerden. De belangen van gepensioneerden kregen daardoor ook niet echt de aandacht. De gepensioneerden van BPL-Pensioen kunnen 2 bestuurders kiezen uit 6 kandidaten. 2 kandidaten zijn voorgedragen door MijnLandbouwPensioen: de enige echte vereniging van gepensioneerden in de Landbouw en ‘groene sector’. Kijk voor meer informatie op: http://pensioenlandbouw.nl/verkiezingen/ of klik op de afbeelding bij dit artikel.

Heeft u een BPL-pensioen, kom dan op voor uw eigen pensioen en stem op de kandidaten van MijnLandbouwPensioen. Dat is hard nodig want het gaat helaas niet goed met uw BPL-Pensioen.

 

Active Ageing ofwel actief ouder worden.

Door de overheid en alle organisaties die zich met ouderen bezighouden wordt ons ouderen voorgehouden dat bewegen een van de beste middelen is om gezond oud te worden. Daar ben ik het roerend mee eens. Als je gepensioneerd bent hoef je niet meer te werken, maar vrijwilligerswerk houd je zowel lichamelijk als geestelijk actief en regelmatig bewegen (wandelen of fietsen of zelfs een sportschool actief bezoeken) zorgt ervoor dat je lichaam fit blijft.

Toen ik 49 was had ik als directielid van een grote onderneming een drukke baan, zat veel in de auto en deed niet aan sport waardoor mijn “omvang” negatief werd beïnvloed! Een weddenschap met mijn schoonzoon bracht mij ertoe te gaan wandelen en trainen voor deelname aan de vierdaagse in Nijmegen. Voor de medaille moest ik wel 50 km per dag lopen. Ik liep hem (met moeite) wel uit.
Daarna nam ik een besluit: Ik zou de komende jaren de vierdaagse gaan lopen (en maximaal de 40 km per dag en na mijn 65e de 30 km per dag!) en dwong hiermee mijzelf hiervoor te trainen. Vanaf die tijd wandel ik nagenoeg wekelijks minstens 20 km en loop ik de vierdaagse in Nijmegen (met een paar onderbrekingen) dit jaar voor de 24e maal met goed gevolg.  Ik deed dit steeds alleen. Dat gaf mij ook de gelegenheid om over vele zaken na te denken. 

In de 20 jaar dat ik nu met pensioen ben heb ik vele vrijwilligersfuncties gehad, soms een aantal tegelijk. Ik ben jaren ouderenambassadeur van de Provincie Noord-Brabant geweest, heb gepensioneerden verenigingen opgericht en daar voorzitter van geweest, maar ook dorpsraad-voorzitter en voorzitter welzijnsorganisaties. Ook heb ik ontwikkelingswerk gedaan in Sri Lanka en Rwanda etc. Dat gaf mij veel voldoening en hield mijn geest scherp!  Nu ben ik al een aantal jaren voorzitter van de commissie Zorg, Welzijn, Wonen en Mobiliteit van NVOG/KNVG.

Waarom schrijf ik dit allemaal? Ik zie om mij heen te veel ouderen die na hun pensionering in een stoel gaan zitten om dat “men niet meer hoeft”.  Maar het leven na je pensionering kan je nog zoveel geven, geestelijk en lichamelijk. En goed “moe” worden is ook een plezierige beleving! En zeg niet: Ik wil ervoor betaald worden, want juist iets vrijwillig doen geeft veel voldoening!
Ik ben nu 79 jaar en kan mede door al deze ervaringen het leven (met mijn echtgenote) goed aan!
Denk er eens over na, wellicht zie ik u op de vierdaagse in 2019, wanneer ik deze, naar ik hoop, voor de 25e maal ga lopen!

Joop Blom.

 

Nieuwsbrief 28, 2018

Publicatiedatum: vrijdag 20 juli 2018.

Pensioenen: Kortingen liggen op de loer.

Uit cijfers die gisteren bekendgemaakt werden, kan worden vastgesteld dat de dekkingsgraden van de grote bedrijfs-pensioenfondsen weinig verbetering vertonen. Dat kan gevolgen hebben voor de pensioenen van miljoenen gepensioneerden en werknemers. Meer over beleidsdekkingsgraden, indexatie en mogeljke kortingen kunt u hier lezen in een artikel dat gisteren verscheen in Het Financieele Dagblad.

Zorg: Er gaat gelukkig ook veel goed in de zorg!

Er wordt nogal eens gemopperd op de (kwaliteit van) zorg. Natuurlijk gaan er dingen verkeerd of duurt het ons te lang voordat er zaken geregeld zijn. Met dat in ons achterhoofd, is het goed om de resultaten van het Grote Zorgonderzoek van KBO-PCOB te lezen.
1300 senioren met een gemiddelde leeftijd van 74 jaar hebben deelgenomen aan het KBO-PCOB onderzoek. Zo’n 80% van hen heeft het afgelopen jaar op welke manier dan ook gezondheids-problemen ondervonden. Een groot aantal ervaringsdeskundigen.
Wat valt op?

De tevredenheid over de huisarts: bijna iedereen is tevreden over de aandacht die de huisarts aan de senioren geeft. Het consult wordt niet afgeraffeld, de huisarts begrijpt de problemen en de senior begrijpt de uitleg van de huisarts. Belangrijk ook de hoge tevredenheidscore over de bereikbaarheid van de huisartsenpraktijk.
De wachttijden in het ziekenhuis vallen mee: tweederde van de ziekenhuisbezoekers vinden dat de wachtlijsten van de specialisten meevallen. In ongeveer 50% van de ziekenhuizen was het mogelijk om meerdere onderzoeken op één dag in te plannen. De hoogte van de parkeerkosten bij het ziekenhuis levert beslist geen pluim op. Veel deelnemers vinden die kosten te hoog.
De fysiotherapeut doet zijn werk goed: negen van de tien deelnemers zijn heel tevreden over de fysiotherapeut. Hij snapt de problemen en pakt ze goed aan.
De apotheker is bij bijna iedereen bekend: 83% van de deelnemers maakt gebruik van de diensten van de apotheker. Wat tegenvalt is dat maar in een beperkt aantal gevallen de apotheker de medicijncheck uitvoert. Deze toch wel belangrijke check (ook wel medicatiebeoordeling genoemd) voor mensen met veel medicijngebruik is een belangrijk instrument bij het voorkomen van toekomstige gezondheidsklachten.
Verdeeld over het keukentafelgesprek: in de Wet maatschappelijke ondersteuning wordt in het zogenoemde keukentafelgesprek geïnventariseerd wat iemand zelf kan doen en welke ondersteuning iemand nodig heeft. De meningen over de kwaliteit van deze gesprekken zijn sterk verdeeld. Van “zinvol” naar “waardeloos”. Voor de gemeenten is hier nog de nodige winst te behalen. U kunt daar ook een steentje aan bijdragen, door u goed voor te bereiden en te zorgen voor ondersteuning. Een familielid met kennis van zaken, een ouderenadviseur of een andere cliënt ondersteuner.

Overall conclusie: een pluim voor de zorg!  Verbeterpunten zijn er uiteraard ook. Van NVOG mag u verwachten dat wij ons inzetten om die punten onder de aandacht te brengen en zo mogelijk suggesties tot verbetering aan te dragen. Voor nu even de aandacht voor de pluim!
Bron: het Grote Zorgonderzoek van KBO-PCOB 2018

Nieuwsbrief 27, 2018.

Publicatiedatum: vrijdag 13 juli 2018.

Huisartsen en zorg.

Onlangs publiceerden wij informatie over het hoofdlijnenakkoord met ziekenhuizen en specialisten. Dit akkoord is erop gericht om in de komende 3 jaar bijna € 2 miljard op ziekenhuiszorg te bezuinigen. Dat zal echter betekenen dat er meer behandelingen door huisartsen zullen moeten verricht.

Met de huisartsen is nu ook een hoofdlijnenakkoord gesloten waarin de afspraak is opgenomen dat de huisartsenzorg kan worden uitgebreid. Daarvoor is de komende 3 jaar bijna € 600 miljoen uitgetrokken. Dit kan worden gebruikt voor bijv. meer praktijkondersteuners en aandacht voor kwetsbare groepen. Maar ook verbetering van de automatisering zal een grote aandacht moeten krijgen. Voor de patiënt moet, als er problemen zijn, de beste oplossing worden gezocht. Daarbij past niet altijd een medisch specialistisch antwoord. Als het nodig is moet gekozen worden voor hoog specialistische zorg, maar een andere keer is een patiënt beter geholpen bij de huisarts of b.v. een fysiotherapeut. Maar soms ook met begeleiding naar een gezondere levensstijl of naar andere vormen van hulp. Zorg op de juiste plek door de juiste behandelaar voor die persoon.

Naast goede zorg wil de overheid hiermee ook de zorg betaalbaar houden. Minder (duurdere) zorg bij specialisten, meer zorg dichtbij huis waar het kan. Deze veranderingen zijn nodig om ook de patiënt van de toekomst toegankelijke en betaalbare zorg te bieden.
Deze omwenteling de zorg is al aangekondigd in het advies ”zorg in 2030” van 2016!  De huidige regering heeft dit positief opgepakt!

 

Langdurige zorg.

Langdurige zorg (voor patiënten die 24 uur zorg en toezicht nodig hebben) wordt gefinancierd vanuit de Wet Langdurige Zorg (WLZ). Dit betreft vooral zorg in verpleeghuizen en psychiatrische inrichtingen. Men kan ook kiezen om deze zorg thuis te regelen via een Persoons Gebonden Budget(PGB), waarmee men de zorg zelf inkoopt of door verpleging thuis, waarbij de verpleging en verzorging thuis geregeld wordt door de WLZ.  (zgn. maatwerkvoorzieningen via een modulair pakket).  Dat laatste is in 2015 ingevoerd.

In 2016 kregen 258.000 patiënten (bijna 1,5% van de bevolking!) langdurige zorg vergoed uit de WLZ.  202.000 daarvan waren opgenomen in een verpleeghuis etc.  28.000 regelden zorg thuis via een PGB en 28.000 via een maatwerkvoorziening thuis.

De gegevens, die gepubliceerd zijn door het ministerie van VWS, geven in vergelijking met 2015 aan dat het aantal patiënten ten opzichte van 2015 met 1% is gedaald. Het aantal in een instelling opgenomen patiënten is gedaald met 6% maar het aantal patiënten dat thuis verzorgd en verpleegd wordt vanuit de WLZ  is gestegen met 60%! Vanwege de kosten is dit een goede zaak, want verpleging thuis kost minder dan verpleging in een inrichting, maar verpleging thuis legt  wel een zwaardere last bij de mantelzorg! Dat moet goed geregeld zijn.
(Monitor Langdurige zorg VWS, juli 2018)

Nieuwsbrief 24, 2018

Publicatiedatum: vrijdag 22 juni 2018.

BeterOud.

In nieuwsbrief 2 van 19 januari 2018 hebben wij u geïnformeerd over onze (NVOG en KNVG) deelname aan BeterOud. Wij hebben toen beloofd u op de hoogte te houden.

Consortium BeterOud
Het consortium BeterOud heeft de ambitie om de kwaliteit van leven van zelfstandig wonende ouderen te verbeteren. BeterOud richt zich daarbij op organisaties die zich met individuele ouderen bezighouden. Dat gebeurt ondermeer door te inspireren met goede en vernieuwende voorbeelden. Wat in Groningen wordt uitgevonden, is vaak prima toepasbaar in Maastricht.

Activiteiten in 2018
Er is een uitgebreid werkplan opgesteld. Gelukkig is er ook een korte samenvatting. De activiteiten die door de deelnemers aan het consortium worden opgepakt, kunt u hier lezen. Onder punt 9 wordt Preventie genoemd. Dat is een activiteit die wij als NVOG en KNVG op ons bordje, zeg maar gerust bord, hebben gelegd.

Preventie
Met onze activiteit willen wij duidelijk krijgen op welke wijze de informatie over preventiemaatregelen op een gestructureerde manier aan ouderen beschikbaar gesteld kan worden. Wij hebben vastgesteld dat er heel veel informatie is, maar dat het aanbod versnipperd is en vaak niet gericht is op degene die de informatie nodig heeft.

Eind mei / begin juni 2018 hebben wij in een tweetal bijeenkomsten met ouderen van gedachten gewisseld. Inspirerende bijeenkomsten met enerzijds vertegenwoordigers van de lidorganisaties van NVOG en KNVG en anderzijds ouderen die deel uit maken van het zogenoemde Ouderenplatform van BeterOud.

Wij hebben veel stof tot nadenken “meegekregen”. Dat was ook de bedoeling. De komende periode verwerken wij alle informatie en bekijken de vervolgstappen. Een paar conclusies uit de bijeenkomsten:
• Richt je met de communicatie over preventie en preventiemaatregelen op de doelgroep vitale ouderen. Bij die groep is de meeste (gezondheid)winst te halen.
• Bij de (de wijze van) communicatie rekening houden met de achtergrond van mensen. Denk daarbij aan ouderen met een lage sociaal economische status en met ouderen met een migrantenachtergrond.
• Gebruik een positieve insteek bij de communicatie. Gericht op het nadenken over de mogelijkheden die je hebt, maar waar je dan wellicht wel iets voor moet doen (of laten!). Niet teveel aandacht besteden aan de risico’s die je loopt als je niets aan preventie doet.

Wij houden u op de hoogte van ons vervolgtraject.
Meer weten over BeterOud? Kijk eens op de website www.beter.oud.nl

Pact voor de ouderenzorg.

Al eerder hebben wij u geïnformeerd over het door het ministerie van VWS geïnitieerde project Pact voor de ouderenzorg.

De drie programma’s  “Eén tegen eenzaamheid”, “Thuis in het verpleeghuis” en “Langer thuis” zijn nu gereed.

Deze maand publiceerde VWS de eerste officiële nieuwsflits hierover. Deze willen wij u niet onthouden. Men gaat zich nu richten op lokale en regionale initiatieven waarvan men hoopt dat deze zullen ontwikkelen. Wij houden u op de hoogte.

Nieuwsbrief 21, 2018

Publicatiedatum: vrijdag 8 juni 2018

Huisvesting voor ouderen nu en in de toekomst.

Zo nu en dan krijgen wij het verzoek om de lezers van de NVOG nieuwsbrief de gelegenheid te geven mee te doen aan een enquête. Die vraag komt vaak van studenten om de uitkomsten van de enquête te verwerken in zijn/haar afstudeerscriptie.

Deze keer kregen wij een verzoek van Tom Hennink die studeert aan de Technische Universiteit van Eindhoven en die momenteel bezig met zijn afstudeerscriptie die gaat over huisvesting van ouderen in de toekomst. Voor dit onderzoek voert hij een enquête uit om meer inzicht te krijgen in de wereld van huisvesting voor ouderen om zo in de toekomst beter aan de woonwensen tegemoet kunnen komen.

Tom vertelde mij dat uw deelname aan het onderzoek erg wordt gewaardeerd en zal bijdragen aan meer inzicht in huisvesting voor ouderen nu en in de toekomst. De enquête duurt ongeveer 10 minuten en iedereen van 55 jaar of ouder kan meedoen. Deelname kan via de volgende link: vragen9.ddss.nl/q/Ouderenhuisvesting

Namens Tom alvast hartelijk dank voor uw medewerking!.

 

Visie op Betalen 2018/2021.

Jongstleden dinsdag publiceerde DNB (De Nederlandsche Bank) een persbericht inzake Visie op betalen 2018/2021. Hoewel de dienstverlening door digitalisering sneller en efficiënter wordt, waarschuwt DNB in haar Visie op betalen 2018-2021 voor de snelheid waarmee betaalmethoden veranderen en het risico dat daardoor ontstaat voor bepaalde groepen consumenten, zoals ouderen en andere kwetsbare groepen.

De ouderenorganisaties wijzen in het (MOB)overleg met De Nederlandsche Bank herhaaldelijk op het gevaar dat kwetsbare gebruikers uitgesloten worden van het betalingsverkeer. Iedereen moet kunnen blijven meedoen in de maatschappij.

Eigen bijdrage onder de loep.

Na vele jaren discussie over de verschillen in de eigen bijdrage  tussen de gemeenten in Nederland bij gebruikmaking van zorg via de Wet  Maatschappelijke Ondersteuning, werd in de regeringsverklaring eind vorig jaar voorgesteld om aan deze verschillen een eind te maken .
Ook NVOG heeft  de afgelopen jaren  bij de overheid erop aangedrongen dat er een  uniforme eigen bijdrage  voor de WMO zou moeten komen.

Nu is de ontwerpwet hierover in discussie gebracht. Hierin staat dat de eigen bijdrager vanaf 1-1-2019  € 17,50 per 4 weken gaat bedragen, ongeacht de hoeveelheid zorg die men van de gemeente ontvangt en ongeacht het inkomen of het vermogen.

Een vast tarief van € 17,50 per 4 weken heeft de schoonheid van de eenvoud, zo wordt de administratie veel minder complex. Maar het betekent ook dat er wordt gebroken met het principe  “Eigen bijdragen naar draagkracht”. Deze voorzieningen zijn nu voor iedereen bereikbaar, ook huishoudens die vanwege hun hogere inkomen b.v. huishoudelijke hulp al jarenlang zelf betalen, kunnen hierop aanspraak maken op kosten van de gemeenschap. Dit zal kunnen leiden tot een toename van de vraag naar voorzieningen en dus tot extra kosten voor gemeenten, naast het directe effect van de lagere opbrengst aan eigen bijdragen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten  is het dan ook niet eens met deze maatregel maar wij denken dat zij dit niet kunnen tegenhouden.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Nieuwsbrief 17, 2018.

Publicatiedatum: vrijdag 4 mei 2018.

Waar gaat het met de zorg naartoe?

De kosten van de zorg stijgen. De zorgvraag neemt toe vanwege onze ouder wordende samenleving en medisch gezien zijn er steeds meer mogelijkheden. Voeg dat bij de dalende reserves van de zorgverzekeraars en de kans op een verdere stijging van de zorgpremie wordt steeds groter.

Om de kosten van de zorg te beteugelen probeert de minister voor Medische zorg en Sport hoofdlijnenakkoorden te sluiten. Met de huisartsen, de wijkverpleging, de GGZ en over de medisch specialistische zorg. Als het goed is, moeten deze hooflijnenakkoorden op elkaar aansluiten. Daarom verdient een integrale benadering uiteraard de voorkeur.

Recent heeft de minister samen met een groot aantal partijen in de zorg een zogenoemd onderhandelaarsakkoord gesloten over de medisch specialistische zorg in 2019 t/m 2022. Dit akkoord wordt nu door de besturen van de partijen (ziekenhuizen, zorgverzekeraars, medisch-specialisten en ook de Patiëntenfederatie Nederland besproken. Eind mei 2018 volgt een definitieve versie.

In het bovengenoemde akkoord staat dat de volumegroei voor behandeling in de ziekenhuizen (2018 € 22,7 miljard!) de komende 4 jaar in totaal maar 1,7 % (!) mag zijn. (Excl. loonkosten). Dit terwijl de stijging van de zorgvraag zal gaan toenemen! Dit lijkt ons een nagenoeg onmogelijke opdracht om dit te bereiken zonder dat dit gevolgen zal hebben voor degenen die zorg nodig hebben!

Naast een grote aandacht voor activiteiten die de gezondheid van de Nederlandse bevolking moet verbeteren en dus de zorgvraag moet verminderen (Preventie!) wil men een beleid ontwikkelen om de patiënt uit het ziekenhuis te houden als dit enigszins kan.

Zorg dichtbij huis, via de huisarts en zorg thuis moet de gang naar het ziekenhuis verminderen. Met de huisartsen wordt nog gesproken over een hoofdlijnenakkoord. Zij onderschrijven het principe van “de juiste zorg op de juiste plek” (dus dichtbij huis). Er moet dan veel veranderen. Immers, nu al is de werkdruk in de zogenoemde eerste lijn heel hoog en is het budget te laag. De huisartsen hebben door de overvolle wachtkamers dikwijls te weinig tijd om een gedegen advies te geven.

Uiteraard kunnen wij het eens zijn met een beleid dat de kosten van de zorg minimaal doet stijgen. Die kosten moeten alle ingezetenen van Nederland betalen via de zorgpremie en als de stijging daarvan beperkt kan worden is dit een goede zaak. En onnodige zorg moet worden voorkomen. Wie bepaalt of gevraagde zorg onnodig is? Het overheidsbeleid is erop gericht dat de inwoners zelf meer regie over hun gezondheid nemen. Er zelf ook eerst goed over nadenkenken en via de computer nagaan wat men zou kunnen mankeren en wat men er zelf aan kan doen, voordat men een arts raadpleegt! Dat kan lang niet iedereen!

Wat gaan wij daarvan merken? Worden de ouderen straks van het kastje naar de muur gestuurd als men zorg nodig heeft? Wij staan achter goede maatregelen die de kosten van de zorg en dus ook de te betalen premie mede in de hand houden als de kwaliteit van de zorg maar niet wordt aangetast.

Wij blijven de ontwikkelingen kritisch volgen.

________________________________________________________________________________________

LO Nieuwsbrief 3, 2018.

Publicatiedatum: maandag 12 maart 2018.

PERSBERICHT: "Steun wetsvoorstel 50PLUS".

De koepels van verenigingen van gepensioneerden, KNVG en NVOG, hebben de Tweede Kamer vandaag opgeroepen in te stemmen met het initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Martin van Rooijen van 50PLUS, dat deze week in de Tweede Kamer wordt behandeld.
Dit wetsvoorstel kan een dreigende korting op de pensioenen voorkomen door pensioenfondsen toe te staan tijdelijk hun verplichtingen teberekenen met een hogere rente dan nu is toegestaan.

 LO Nieuwsbrief 2, 20198.

Publicatiedatum: vrijdag 9 maart 2018.

NVOG en KNVG in gesprek met minister Koolmees.

Dinsdag 20 maart a.s. zal een oriënterend gesprek plaatsvinden met minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij vertegenwoordigers van bijna alle ouderenorganisaties en jongerenorganisaties aanwezig zullen zijn.

Het gaat om kennismaking en uitwisseling van informatie en gedachten over waar we staan in de wereld van pensioenen en koopkracht. Als vervolg op dit gesprek hopen we afspraken te maken om verder te praten met de minister c.s.

Aan tafel zitten: NVOG, KNVG, ANBO, KBO-PCOB, NOOM, FNV senioren, CNV senioren, een vertegenwoordiging van De Unie en vier vertegenwoordigers van FNV, CNV en VCP jongeren. De coördinatie van de bijeenkomst is in handen van NVOG/KNVG.

In de bijlage treft u een overzicht aan van de onderwerpen waarover wij met de minister willen praten.

Gesprekspunten 20 maart

Publicatiedatum: vrijdag 9 maart 2018.

Pleidooi voor een ouderenvriendelijke samenleving.

In november 20017 hebben NVOG en KNVG met 23 andere organisaties een oproep gedaan aan de  landelijke en gemeentelijke  overheden om te komen tot een oudervriendelijke samenleving. Wij publiceerden  hierover in onze nieuwsbrief van november 2017

Wij  hadden ons aan deze actie  aangesloten mede omdat dit paste in onze actie van september 2017: Seniorvriendelijk gemeentebeleid. 

Het Pleidooi richt zich vooral op ouderen met een kwetsbare gezondheid met een wankel evenwicht tussen “draagkracht” en “draaglast”. Ook  over de wijze  waarop wij kunnen zorgen als maatschappij dat ouderen blijven meetellen

In eerste instantie is deze oproep gezonden naar de landelijke overheid. Het blijkt dat de minister van VWS dit goed heeft gelezen want in het PACT voor de Ouderenzorg  (waarover in deze nieuwsbrief meer nieuws) wordt er diverse malen naar verwezen.
Afgelopen week is de verspreiding van dit Pleidooi uitgebreid naar de lokale politieke partijen in alle gemeenten van Nederland. Dit heeft al geleid tot veel vragen vanuit de gemeenten naar de opstellers!

De deelnemers aan dit Pleidooi werden opgeroepen om hun leden ook  te informeren en te activeren om dit mee te nemen naar  de discussies van lokale politieke partijen die in alle gemeenten plaatsvinden.
Een exemplaar van het “Pleidooi” kunt u hier downloaden en  is te vinden op de website van NVOG.

Pensioenproblematiek.

Steven van Weyenberg (44) is al jaren pensioenwoordvoerder van D66 in deTweede Kamer. Hij is voorstander van een verbeterd pensioenstelsel, naar zijn zeggen, voor jong en oud. Sinds de laatste Kamerverkiezingen heeft hij in Martin van Rooijen (75) van 50Plus een nieuwe en geduchte tegenspeler gekregen. Van Rooijen weet veel van pensioenen en is vanwege een vroeger kamerlidmaat-schap (hij was ook staatssecretaris) ook goed thuis in ‘Den Haag'.

Het zgn. dubbelinterview wat NVOG voorzitter Jaap van der Spek met beide bewindslieden hield, is een interessant verhaal geworden waarbij de tegenstellingen tussen beide politieke partijen duidelijk uit de verf komen. Maar waarbij ook de ingewikkelde problematiek rond ons huidige pensioenstelselen de eventuele vernieuwing daarvan op een heldere manier over het voetlicht wordt gebracht.

U kunt het artikel, dat eerder verscheen in het tijdschrift Ons Pensioen van de BPP en in het magazine Pensioenbelangen van de NBP hier lezen. 

PACT voor de ouderenzorg.

Op 8 maart is door 41 organisaties en minister Hugo de Jonge van VWS (foto) het PACT voor de ouderenzorg ondertekend. Naast alle ouderen- en gepensioneerden organisaties ondertekenden o.a. Zorgverzekeraars Nederland, de landelijke huisartsenvereniging, CNV, VNO/NCW, MKB Nederland, de branchevereniging van thuiszorgorganisaties, Patiënten Federatie Nederland maar ook bedrijven als KPN en Albert Heijn en vele organisaties in zorg en wonen dit Pact.

Regelmatig informeren wij over acties en andere activiteiten die NVOG en KNVG tezamen met andere organisaties opzetten om de zorg voor ouderen te verbeteren. Met deze grote, door minister de Jonge persoonlijke getrokken actie, worden zowel de ouderenorganisaties als de uitvoerders van zorg als het bedrijfsleven bij elkaar gebracht om binnen 3 jaar iets zeer positiefs te bereiken voor alle ouderen in Nederland. 

De minister zei in zijn inleiding dat dit PACT nodig is omdat de samenleving er anders uit gaat zien door de groei van het aantal ouderen ten opzichte van het aantal jongeren en het feit dat de ouderen steeds ouder worden. Op dit moment werken al 1 op de 7 werknemers in Nederland in de zorg en als wij niets doen zijn dat er in 2040 1 op de 4! Dat kan niet en daarom zullen wij de samenleving moeten veranderen.Door het ondertekenen van dit PACT zeggen de ondertekenaars: Minister je kunt op ons rekenen de komende jaren om de ouderen zorg beter te organiseren en de bevolking duidelijk te maken dat er veranderingen nodig zijn.

Er zijn drie grote deelgebieden die met het PACT moeten worden aangepakt:
1. Eenzaamheid signaleren en doorbreken.
2. Zorgen dat mensen met goede zorg en ondersteuning langer thuis kunnen wonen.
3. De Kwaliteit van de verpleeghuizen verbeteren.

De komende maanden wordt in diverse groepen gewerkt aan voorstellen. NVOG en KNVG doen daar volop aan mee. Het is de bedoeling dat binnen 3 maanden een volledig plan wordt klaargestoomd dat dan aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden. De uitvoering zal worden begeleid door een zgn. focusgroep van ouderen  die de vinger aan de pols moet houden. Wij houden u op de hoogte.

Hier kunt u de tekst van het PACT  downloaden, maar u kunt het ook vinden op de website van NVOG. Lees het eens door!

Wanneeer u hier klikt kunt u de foto bekijken met de logo's en handtekeningen van alle deelnemers (tot op heden) aan het PACT voor de ouderenzorg.